#22 | ‘Komt goed!’

“Na een tijdje erover nagedacht te hebben, heb ik besloten openheid van zaken te geven. Er is namelijk zoveel gebeurd en het is tijd dat ik alles op tafel leg. Tijd dat ik alle ins en outs vertel, waaronder wat er allemaal is gebeurd en hoe het er nu tot in detail voor staat. Jullie hebben daar namelijk recht op, zo vind ik.”

Vanaf het eerste begin in het ziekenhuis was het in gesprekken met artsen anders luisteren en leren doorvragen. Ik had het allemaal gelukkig nog nooit meegemaakt en wat ik in Trouw op kamer 9 al schreef, bracht een gesprek met een arts altijd veel spanning met zich mee. En toch moest ik én goed luisteren én niet stoppen met vragen waar zij stopten met spreken, want anders waren ze zo weg. Luisteren dus, onder hoogspanning.

Het is artsen niet kwalijk te nemen, maar als je niet doorvroeg, werd niet altijd alles uitgelegd. En het kostte tijd voordat ik het jargon en hun vocabulaire een beetje eigen had gemaakt, maar ze verduidelijkten het vrijwel altijd. Gelukkig wilden ze af en toe ook meegaan in hypothetische vragen, wat de mogelijkheid gaf de situatie een beetje te vergelijken met andere soortgelijke ziektebeelden. Toch werd ik wel genoodzaakt als een neerlandicus naar de zinnen te luisteren. Vooral de tussenzinnen en het zinsdeel ‘op dit moment’ werden heel belangrijk. Op dit moment zien we….., maar het kan per uur veranderen. Op dit moment zijn er geen ….cellen aangetroffen, maar dat kan morgen anders zijn.

Zo ik het in de eerste alinea beschrijf, zo sprak de arts dus niet. Artsen vertelden veel, maar gaven nooit volledige openheid van zaken. Men vertelde niet altijd welke overwegingen aan een beslissing ten grondslag lagen. Soms gaf dat wel eens een unheimisch gevoel, omdat het gevoel niet alles te mogen weten naar boven kwam, maar gelukkig was dat niet vaak het geval.

Er is één moment in alle gesprekken geweest dat ik niet goed kon plaatsen. Op een zaterdagmiddag na de stamceltransplantatie kwam de professor langs. Hij was op de achtergrond bij de transplantatie betrokken. Een lange, statige man die de situatie deskundig opnam, nog even wat met ons sprak en toen zei: “Komt goed, sterkte verder.”

Die zinsnede had ik de vier maanden ervoor nog nooit gehoord. Komt goed? Ik probeerde weer anders te luisteren, durfde dit keer niet door te vragen, maar dacht al snel: professoren zijn toch geen profeten? Of was dit zijn manier van openheid van zaken geven? Wat wist hij, wat wij niet wisten? Mogen wij niet alles weten? Nee, ik was er al snel uit. Het was een mens die wikte vanuit zijn professie, vanuit zijn kennis, ervaring en vergelijking met soortgelijke ziektebeelden en dacht: komt goed. En sprak het ook zelfverzekerd uit.

Hij zal het op 15 maart of later ongetwijfeld doorgekregen hebben. En zo kwam hij er achter dat hij wikte, maar niet beschikte.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s