#47 | “Mier, ik mis je!”

In gesprekken met psychosociale zorg en maatschappelijk werkers is regelmatig het onderwerp begripsvorming aan bod gekomen. Op welke manier wil en kun je ziek-zien en gemis op niveau bespreken met kinderen? Misschien is begripsvorming niet het juiste woord, omdat het voor een kind al vrijwel niet is te begrijpen, maar wat kan ondersteunend zijn? Onder andere boeken als Grote boom is ziekKikker en het vogeltje en Chemo-Kasper hebben bij de kinderen bijgedragen aan de begripsvorming.

Ook sommige verhalen van Toon Tellegen zijn hiervoor goed geschikt. Eerst was ik er niet zo bekend mee, maar tijdens een herdenkingsbijeenkomst werd o.a. een verhaal van deze schrijver voorgelezen, over de eekhoorn en de mier met afscheid als thema. Mijn interesse werd gewekt, onder andere door het filosofisch karakter van de verhalen. Verhalen met diepgang om voor te lezen, maar ook voor volwassenen de moeite waard. Grappige, spannende en ontroerende verhalen vol absurde situaties en simpele wijsheden, zo schrijft de uitgever. Naast me ligt een boek van Tellegen: Er ging geen dag voorbij. Eén verhaal wil ik (deels) citeren:

Missen?!

Op een ochtend klopte de mier al vroeg op de deur van de eekhoorn.
“Gezellig”, zei de eekhoorn.
“Maar daar kom ik niet voor”, zei de mier.
“Maar je hebt toch wel zin in wat stroop?”
“Nou ja … een klein beetje dan.”
Met zijn mond vol stroop vertelde de mier, waarvoor hij gekomen was.
“We moesten elkaar een tijdje niet zien”, zei hij.
“Waarom niet?”, vroeg de eekhoorn verbaasd.
Hij vond het juist heel gezellig, als de mier zomaar langskwam.
Hij had zijn mond vol pap en keek de mier met grote ogen aan.
“Om erachter te komen of we elkaar zullen missen”, zei de mier.
“Missen?”
“Missen. Je weet toch wel wat dat is?”
“Nee”, zei de eekhoorn.
“Missen is iets wat je voelt als iets er niet is.”
“Wat voel je dan?”
“Ja, daar gaat het nou om.”
“Dan zullen we elkaar dus missen”, zei de eekhoorn verdrietig.
“Nee,” zei de mier, “want we kunnen elkaar ook vergeten.”
“Vergeten! Jou?!”, riep de eekhoorn.
“Nou”, zei de mier. “Schreeuw maar niet zo hard.”
De eekhoorn legde zijn hoofd in zijn handen.
“Ik zal jou nooit vergeten”, zei hij zacht.
“Nou ja”, zei de mier. “Dat moeten we nog maar afwachten. Dag!”
En heel plotseling stapte hij de deur uit en liet zich langs de stam van de beuk naar beneden zakken.
De eekhoorn begon hem onmiddellijk te missen.
“Mier,” riep hij “ik mis je!” Zijn stem kaatste heen en weer tussen de bomen.
“Dat kan nu nog niet!”, zei de mier. “Ik ben nog niet eens weg!”
Maar toch is het zo!”, riep de eekhoorn.
“Wacht nou toch even”, klonk de stem van de mier nog uit de verte.
De eekhoorn zuchtte en besloot te wachten.
Maar hij miste de mier steeds heviger.
Soms dacht hij even aan beukennotenmoes of aan de verjaardag van de tor, die avond, maar dan miste hij de mier weer.
’s Middags hield hij het niet langer uit en ging naar buiten.
Maar hij had nog geen drie stappen gedaan of hij kwam de mier tegen, moe, bezweet, maar tevreden.
“Het klopt”, zei de mier. “Ik mis jou ook. En ik ben je niet vergeten.”
“Zie je wel”, zei de eekhoorn.
“Ja”, zei de mier.
En met hun armen om elkaars schouders liepen zij naar de rivier om naar het glinsteren van de golven te gaan kijken.


Bron: Tellegen T. (1984). Er ging geen dag voorbij, 49 verhalen over de eekhoorn en de mier. Amsterdam, Querido.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s