#54 | De mokerslag

“Is het maart? O dan is het toch een jaar terug,” zei de jongste laatst tijdens het eten. We spraken er kort over en ze vervolgde: “O, en dan ben ik ook jarig toch? Hoeveel nachtjes nog?”

Ook 14 maart 2016 was een gewone dag. Net als vandaag. In mijn blogpost Eerlijk waar sprak ik al over het gesprek met de arts. De arts die eerlijk moest zijn, maar eigenlijk geen nieuws meer bracht. De laatste week ging het steeds slechter met mijn vrouw. Iedere dag kwam er wel wat bij en vanaf het moment op de intensive care stond er iedere dag wel weer een ander apparaat. En toch kon ik niet opgeven, want er was leven, dus er was hoop.

Die middag van de 14e maart 2016 zat ik nog bij de kapper in het ziekenhuis. Bij de kapster die drie maanden daarvoor nog het haarwerk voor mijn vrouw had aangemeten. En in de kapsalon was ik in januari zelfs nog met m’n vrouw geweest. Ze wilde er nog een mutsje bij, om wat te kunnen afwisselen.

Die middag van de 14e maart 2016, het zal na het kappersbezoek zijn geweest, liep ik naar de kamer van mijn vrouw. Het was nog ruim voor het gesprek met de arts wat om vier uur zou plaatsvinden. Het viel me op dat het nierdialyseapparaat was afgekoppeld. Dit was ’s morgens nog niet het geval. Navraag bij de dienstdoende verpleegkundige gaf geen woordelijk uitsluitsel over het waarom, maar woorden waren ook niet meer nodig. Het was nog maar half drie. Moest het nu echt tot vier uur duren voor de mokerslag?

Die middag van de 14e maart 2016 moest ik me om vier uur melden in de familiekamer vooraan bij de Intensive Care op 10-Zuid. Familiekamer met uitzicht op de nieuwbouw van het Erasmus Medisch Centrum. O zo veel keren heb ik de bouwkraan voorbij zien draaien. Het ging gewoon door. Er zal door de architect ongetwijfeld ook een familiekamer zijn ingetekend. In gedachten zie ik het volgende jonge gezin al zitten. Luisteren naar een verhaal dat niemand vertellen wil. Laat staan het aan te horen. Leedgenoten, ineenkrimpend voor de mokerslag.

In de lift naar de familiekamer kwam ik het afdelingshoofd van 3-Zuid tegen. Hij was nauw betrokken geweest bij de opname van mijn vrouw in oktober 2015 en sprak toen veel met ons in de familiekamer van die afdeling. Een christelijke broeder die geschokt reageerde op onze mededeling dat ik om de mokerslag ging. Dat dit gewoon zo kon gebeuren op zo’n jonge leeftijd. Maar er was geen weg terug. Ja de lift naar beneden, maar die weg bedoel ik niet.

Bij de familiekamer aangekomen stond daar de brigade witte jassen. De hematoloog, een arts-assistent, de dienstdoende verpleegkundige en de intensivist stonden me op te wachten. Gewoon rustig. Professionele houding. Begrijpelijk. We moesten wachten op de hoofdbehandelaar die vanuit de Daniël den Hoed–kliniek moest komen en vaststond in het verkeer en dus met vertraging binnenkwam. Het vertraagde de mokerslag. Die mokerslag die toch kwam.

Een jaar later is het in maart niet meer alleen aftellen tot de verjaardagen van mijn dochters op 27 en 28 maart, maar eerst tot 15 maart. De maand van het aftellen en de maand van de mokerslag. Met een slag die vandaag weer intenser binnenslaat.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s