#58 | Blok beton

Het is de zaterdag van de begrafenis. Alles is geregeld. Na veel bellen, mailen en bezoeken is alles met de man in zwart geregeld. Het was een geoliede communicatiemachine, wat me een goed gevoel geeft. Ik huiver eigenlijk om het zo te zeggen, want het klinkt zo apart in dezen, maar zo is het. Alles is geregeld, zodat het allemaal vlekkeloos kan verlopen. Op die zoute tranenvlekken na dan.

Het is een grijze dag, net als vandaag. Een pak wolken. Het is koud. Een winterjas is nodig om het warm te houden, maar ik heb het vooral koud van de pijn die ik later zielenpijn noemde. Vanmorgen wakker geworden en het liefst zou ik weer met m’n hoofd onder het kussen verder slapen. Het is alsof het luchtalarm me wakker loeit. Adrenaline van nul naar eenzame hoogte in een split-second. Maar het moet, er is geen andere weg. Ook ik moet dat zwarte pak aantrekken en we moeten eten, anders vallen we om. Het lijkt wel een galgenmaal, maar het zijn vezels en koffie die landen op een blok beton. Alles moet vandaag. “Was er maar een knop waaraan je kan draaien, zodat de tijd een half jaar terug gaat,” zei de oudste een keer in één van de afgelopen dagen.

Het is ook een ochtend waar veel praktische dingen gewoon moeten doorgaan. Nog een dankwoord schrijven op het laatste moment. Het rolt er zo uit. Er is zoveel te zeggen en toch wil ik het beknopt houden. Danken zit niet in de veelheid van woorden, maar in de diepte volgens mij. Er is zoveel geholpen de afgelopen maanden. Hele schema’s met zorg voor de kinderen, tot in de puntjes verzorgd. Mensen die stante pede voor ons klaarstonden en zo kan ik nog wel even doorgaan. Het is hulp en steun geweest dat ervoor zorgde dat ik dagelijks bij mijn vrouw kon zijn. Want ook ik wist dat ze het niet ging redden ook al ben ik geen profeet.

Het was een moment in december dat ik het de arts eindelijk durfde vragen. Ik kon het aan. “Dokter, mag ik van u weten welke type acute myeloïde leukemie het is en ook welk subtype?” Ik had al gehoord van types, van high risk en low risk, maar ik durfde het eindelijk te vragen. Diezelfde dag kreeg ik via de verpleegkundige een briefje. Een klein briefje waarop AML with mutated NPM1, slecht risico ivm > 100 witte bloedcellen bij presentatie stond geschreven. Bloedjargon, artsentaal, maar Pubmed, vragen aan en non-verbaal van verpleegkundigen gaven uitsluitsel. Nee, niet helemaal, want er staat er Eén boven, dat wist ik ook wel.

En zo staan we er die zaterdag om kwart voor vier toch. De schelle klok bij het rouwcentrum heeft geklonken en we rijden van Goes naar Kapelle. Ik sta versteld van de vele mensen op straat die gewoon allemaal doorgaan. Het is druk bij de Praxis, het klussen gaat dus gewoon door. Ook op en rond het water naast de bouwmarkt is er veel bedrijvigheid. Het is weekend en ik zal moeten accepteren dat niet iedereen met een blok beton rondloopt. De bootjes in het water zouden er van zinken, ik weet het zeker.

Delen van de route van Goes naar Kapelle heeft ze menigmaal gefietst. Ik probeer rustig te blijven, maar zou het wel willen uitschreeuwen. Keihard. Ik doe het niet, ik moet me conformeren aan de rust die iedereen uitstraalt. De weg waar we rijden fietste ze dagelijks naar school. Als het veel waaide ging ze ook nogal eens schreeuwen, zo zei ze ooit. Hard schreeuwen tegen de wind, zodat het de adrenaline verhoogde om er tegen in te kunnen fietsen. Tegenwind, ik wist toen nog niet welk een orkaan er nog over me heen zou komen.

Aan het einde van de middag is alles voorbij. Iedereen gaat zijns weegs. Iedereen met zijn eigen blokje Beamix. Nee, niet alles is voorbij. Een jaar later kan ik zeggen dat het toen pas begon. Adrenaline heeft me tot aan de begrafenis op de been gehouden. Daarna werd meer en meer het alles ontwrichtende duidelijk. Het lijkt hoogdravende taal, maar het zorgde ervoor dat alles onveilig was, het vertrouwen in alles weg was en datzelfde vertrouwen in het leven weer moest worden herwonnen. Verschillende keren het afgelopen jaar keek Laura me bozig aan als ik ze weer eens aan haar arm pakte, omdat ik die auto aan zag komen. Zij misschien ook wel, maar ik wilde ze behoedden. Behoeden voor gevaar, voor onveilige situaties. Ik was er al één kwijt.

Thuisgekomen kon de voordeur bijna niet open. Niet dat ik de sleutel kwijt was, nee dat gebeurde daarna pas. Ik was hem kwijt, een week lang. Gelukkig weer gevonden, maar het was het begin van de chaos. Een gekmakende chaos van gevoelens maakte zich regelmatig van me meester. Nee, de voordeur kon bijna niet open, vanwege de met postelastieken gebundelde stapels kaarten. De deur was een soort kaartschuiver. Vele verschillende teksten, o wat een medeleven. Samen met de meiden zijn we op therapeutische basis bijna een uur bezig geweest om alleen al alle enveloppen te openen. Een aantal maanden later las ik ze opnieuw en moest ik concluderen dat er weinig was blijven hangen van de eerste keer dat ik ze las. Ik was er dit keer echt stil van.

En zo stond er een uur na thuiskomst friet op tafel, want er moest gegeten worden. Ook dat landde op dat blok beton, zoals zoveel daarop landde. Maanden lang, totdat het blok beton zachtjesaan transformeerde in een fundament om met z’n vieren verder te gaan. Dwars door alle stormen heen.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s