#75 | Aan weerszijden

Rinnen heet het dorpje in de Eifel waar we naartoe rijden. Voordat we bij het huis zijn, klimmen we de laatste tweehonderd meter stevig met een stijgingspercentage van ruim 15 procent. Als we het huis naderen, passeren we aan de linkerkant eerst de katholische Kapelle. De plaatselijke kerk aan de Sint-Michaëlsstrasse met voor op de toren een sgraffito van aartsengel Michaël.

We verblijven een midweek in een andere omgeving. Ik zal niet zeggen dat we er aan toe zijn, want ik weet niet of dat zo is, maar verschillende zaken vielen zo samen dat we nu met z’n negenen in één huis op vakantie zijn. In een mooi, ruim huis waar genoeg is te doen. Waar je zelfs verstoppertje kunt spelen, wat voor de kinderen altijd wel even leuk is, zeker als het regelmatig regent. Ze genieten ervan en als kinderen genieten, doet een ouder dat vaak ook. En ja zeker, dan komt naar boven dat je het zien genieten zou willen delen. ‘Zie je die…?’ of ‘O, wat doet hij nu, moet je kijken?’ Hoe vaak worden zulke zinsneden niet gebruikt tussen man en vrouw?

De Kapelle staat schuin tegenover ons vakantiehuis, achter een woonhuis waar misschien de pastoor wel woont. Het vakantiehuis biedt vanuit drie ramen uitzicht op de heuvel tegenover en op de Kapelle. En niet alleen daarop, want naast de kerk ligt de begraafplaats. Even valt de gedachte in, ‘moet ik dat nu overal tegenkomen?’ Maar uiteraard weet ik dat overal waar leven is, ook sterven komt en dus ook een begraafplaats is. Der Friedhof is goed onderhouden, ’s avonds brandt bij verschillende graven een lichtje en regelmatig komt een nabestaande de stilte bezoeken, de stilte die kwam na het leven met de dierbare. In gedachten zie ik beelden van goede dagen en kwade dagen aan hen voorbij trekken. De ene bezoeker komt voor de stilte, de volgende voor onderhoud aan het graf en de ander weer met een plantje of een bloem. Alles ligt er gepolijst bij en dat geldt niet alleen voor de gedenkstenen.

Vanaf het balkon van het vakantiehuis kun je tot achteraan de begraafplaats kijken. Daar staat een grotere steen, een monument met verschillende namen erop. Ik bespreek met mezelf of ik er even ga kijken en of het klopt wat ik denk. Halverwege de middag, als iedereen even voor zichzelf of samen bezig is, loop ik er naartoe. Ja dus. Negenentwintig namen zijn erin gestraald, met daarachter de jaartallen van de Eerste of Tweede Wereldoorlog. Als ik de namen langsloop zie ik eenzelfde bijzondere achternaam als die van de eigenaresse van de plaatselijke supermarkt, gefallene in der Zweite Weltkrieg. Zou mevrouw S. dan een nabestaande zijn?

Het is donderdag 4 mei en omdat ik juist op deze datum bij een monument van gevallen Duitse soldaten sta, brengt het me in verwarring. Even denk ik, ik mag hier helemaal niet staan en ik mag hier helemaal geen medelijden mee hebben. Deze mannen hebben misschien mijn…wel… Die gedachten voelen niet goed, maar is het dan niet verschrikkelijk wat er is gebeurd?

Vooropgesteld, ik ben geen geschiedkundige, maar m’n gedachten gaan verder. En terug. Het is ergens in 1940 en ik zie een man klaar staan om te vertrekken. Afscheid nemen van zijn vrouw en kinderen. Legerkostuum misschien wel met tegenzin aangedaan, het kleine kind nog even op de knie. Het kind waarmee hij misschien wel eens verstoppertje speelt. Het kindje dat dan alleen het hoofd achter een kussen verstopte en naar papa riep: “Papa, waar ben ik?” Verstoplol, hetzelfde als de kinderen nu hier in het vakantiehuis. De man nam afscheid en is nooit meer levend teruggekomen. Mag ik hier nu invoelen met die vrouw als nabestaande? O zeker, dat weet ik ook wel, maar ik vermoed dat hier de oorzaak ligt van mijn verwarring. Er is zoveel verschrikkelijks gebeurd, onbeschrijfelijk, nooit goed te praten en moet ik dan medelijden hebben met…

…en tóch voel ik mee met die vrouw die nabestaande werd. Ik denk aan het kind dat nooit meer op de stevige vaderknie kan zitten, geen verstoppertje meer met papa kan spelen, maar dagelijks vraagt: “Mama, waarom mijn papa?” en zeker ook: “Waar is papa?

En zo keken we ’s avonds naar de Dodenherdenking op de Dam in Amsterdam. Het bleef verwarrend die dag, met zoveel vragen. Zoveel gevallenen. Zoveel nabestaanden. Ik werd die dag met weerszijden geconfronteerd. En ook al was men ooit de tegenstander die uiteindelijk capituleerde. Het neemt bij nabestaanden het verdriet en gemis nooit weg. Dat blijft. Aan weerszijden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s